
Marjan heeft het lumineuze idee om paard te gaan rijden in de bergen. Ze doen dat hier enkel (en vaak) op het strand, dus passen we onze route wat aan. Ten eerste heb ik misschien 3 keer in mijn leven op een echt paard gezeten, ten tweede is een paard leuk van ver, maar van dichtbij?
Het feit dat een paard ‘voelt dat je angst hebt’ schrikt me nog het meeste af, ik moet dus doen alsof ik niet bang ben… Lolita is mijn paard deze ochtend. Een beetje kennismaken en over de manen strelen en dan zijn we weg. Het beetje zittend wandelen door de bossen gaat me goed af al wacht ik gespannen af wanneer mijn paard begint te steigeren. Dat het eerste paard in onze rij al opschrikt van een kat helpt hierbij niet! Het gaat wat traag vooruit dus besluit onze begeleidster in galop verder te gaan, tot groot plezier van Marjan. Ik onderbreek het plezier al snel, mijn (opgelegde) fysieke bewegingen gaan niet synchroon met het gehuppel van het paard. Terug in slakkengang dan maar. We huppelen twee uur rond op het strand, in zee, in lage meertjes, door bosjes en Lolita en ik worden goede maatjes, ze is net als ik: wat aan de luie kant, een beetje traag. Al bij al was het natuurlijk een unieke ervaring en hebben we een ‘sportieve’ gezellige ochtend gehad, al vrees ik dat het voor Marjan net iets sneller had mogen gaan…
De namiddag brengen we door in Bonifacio. Een gezellig stadje boven op een rots, 60m boven de zee en met vele gezichten. Uiteraard zijn de mooie jachten weer naar huis, maar er is nog veel te zien. De witte kalkrotsen maken steeds een grote indruk op mij, al zijn die in de winter-zon iets minder wit dan ik me herinner. Marjan besluit heel ondernemend van alle trapjes en tunneltjes uit te testen langs de vestingmuren. Ik had met hoogtevrees wel gehoopt dat wat blikken op Sardinië, 12km aan de overkant van op een bankje wel zou volstaan. Bonifacio bestaat uit een haven met gezellige terrasjes die in de zomer uiteraard bomvol zitten. Met een treintje kan je bijna heel het historische stuk van Bonifacio door, maar nu doen we dit met de auto en te voet. Bovenop de rots is de citadel gevestigd en die herbergt een pittoresk stadje met smalle gangetjes, mysterieuze traphalletjes en charmante binnenkoertjes. Met uitzicht op Sardinië bouwden ze een kerkhof bestaande uit allemaal verschillende begraaf-‘huisjes’, wat zelfs iets moois had. Ongelofelijk dat zelfs in deze oude stad nog intensief gewoond wordt.