
In de luchthaven van Figari voelt het meer thuiskomen dan in de luchthaven van Charleroi. Opweg naar het dorp overvalt me de stilte in de bergen en de minimum aan auto’s die we op de 45 minuten durende autorit kruisen.
Dit is deze keer niet anders. Ik heb het geluk aan te komen bij een temperatuur van 25°C en de zon straalt me tegemoet!
Aangekomen in het huis plof ik neer bij het zwembad alsof ik dit elke dag doe. Ik lees de hele middag door.
De maaltijden zijn uitgebreid en elke keer een aanpassing:
Een stevig ontbijt, ‘s middags warm eten bestaande uit een voorgerecht (meestal de restjes van de dag ervoor), hoofdgerecht met vlees en veel groenten, nagerecht met kaas en brood, en indien gewenst nog een yogurtje of iets dergelijks, ‘s avonds… doen we dit gewoon weer opnieuw.
Deze keer logeert er een kok in huis en kan ik dus niet anders dan van zijn kookkunsten profiteren!
‘s Avonds geniet ik onder goed gezelschap van een drankje aan het zwembad.
De hemel hangt vol sterren in een hoeveelheid die me steeds van mijn adem beneemt. Het voelt elke keer weer aan als een bezoek aan het planetarium in mijn kinderjaren 😉
Idyllisch ja…
Dinsdag is een slechte dag. Er valt veel regen en buiten valt er weinig te zoeken.
Ik koop een krant en zoek ouderwets naar annonces voor een nieuwe verblijfplaats. Verder speur ik het internet af naar mogelijke kansmakers. Momenteel zit ik in Lecci in een kleine wijk 50m van de zee met zicht op Sardinië.
De wijk staat vol met typisch Corsicaanse huisjes, waarvan meer dan de helft leeg staat tijdens de wintermaanden. De huur van zo’n huisje, of appartment, ligt ergens tussen de 300€ en €1000 per week in het winterseizoen. Ik zoek dus een plekje iets verder weg en iets aangenamer voor mijn portemonee.
Ondertussen stuur ik dus mails naar eigenaars van huisjes en appartmenten die iets verder weg liggen, maar even idyllisch aanvoelen!
Woensdag probeer ik weer eens iets nieuws. Bodyboarden. Eigenlijk is het de bedoeling om te wakeboarden, maar mijn gebrek aan ervaring laat me nog even liggen op het board. Tussen de 10 en 60km/u vlieg ik achter een boot aan over de golven. Mijn gezelschap, bestaande uit 3 heren rond de 40 gaan uit hun dak op een surfboard, hangend aan de boot, en vliegen al staande tegen de enorme snelheid over het water. Ik ben enorm geïmpressioneerd door wat ze kunnen na amper hun tweede poging. Bij de volgende poging probeer ik beslist eens een wakeboard uit!
Vandaag is het zonnig maar zeer winderig. Ik houd het niet uit op het terras en werk binnen wat aan plannen voor interieurs en test nieuwe tekenprogramma’s.
In de namiddag neem ik de tijd voor een wandeling door het dorp. Ik wandel aan een tempo dat ik in België nooit haal. Mijn horloge ligt thuis en er is geen druk om optijd terug te zijn. Ik wandel over het strand terug en vraag me af hoe het zou zijn moest dit de laatste keer zijn dat ik hier op dit strand zou staan. Het is duidelijk dat dit geen optie is en ik eigenlijk gewoon zo snel mogelijk terug wil komen zonder einddatum voor ogen. Mijn Frans gaat goed vooruit. Ik kan echte conversaties voeren en er wordt al een vooruitgang opgemerkt. Ik doe veel moeite en absorbeer alle nieuwe woorden die hier dagelijks vaak worden gebruikt.
Vanavond doe ik het rustig aan, ik leg me op de zetel en lees in alle rust een boek.