In 1983 werd ik geboren als een gezonde baby, een zusje voor mijn grote broer en de eerste van 3 dochters. Tegenover mijn broer was ik een deugnietje, met een grotere mond en iets meer lef dan hij. Mijn baby- en peuterjaren verliepen gelukkig en onbezorgd, ik leerde mezelf een origineel taaltje aan van het dialect van mijn onthaalmoeder in Izegem en het ABN dat mijn ouders spraken.
Toen we op mijn 4de jaar verhuisden van West-Vlaanderen naar Schoten werden we al snel een leuk gezin van 5.
Op een dag ontdekte mijn moeder dat ik een buil had op mijn hoofd. Omdat ze niet wisten vanwaar het kwam, gingen we enkele dagen later naar onze nieuwe huisarts. Ze stelde mijn ouders gerust met het idee dat het wel zou verdwijnen na een paar dagen. Ikzelf zei ‘ik ben tegen het raam van de auto gebotst’ maar toen de buil alleen maar groter werd, bleek het geen ongelukje meer te zijn van een onhandige peuter maar iets serieuzer. De huisarts raadde ons aan om op controle te gaan bij een arts in het ziekenhuis om het uit te zoeken want zij had een aantal mogelijkheden van wat het zou kunnen zijn, waaronder een eosinofiel granuloom (maar de kans dat het dat was, was volgens haar klein).

